Drs. KuchTeampagina
Laatst kreeg ik een brief van ene P. de Smet en die wil ik jullie graag voorleggen:
Geachte heer Kuch,
Ik ben getrouwd met een weduwe met een dochter.
Mijn vader is met die dochter getrouwd.
Dus mijn vader is nu mijn schoonzoon, omdat hij met mijn dochter getrouwd is.
En mijn stiefdochter is mijn schoonmoeder geworden.
Mijn vrouw en ik hebben een zoon. Dat kind is dus de zoon van de moeder van de vrouw van mijn vader, dus de zwager van mijn vader en bovendien mijn oom, omdat hij de broer is van mijn schoonmoeder.
Mijn zoon is dus mijn oom.
De vrouw van mijn vader heeft met Kerstmis een zoon gekregen.
Hij is mijn broer, want hij is de zoon van mijn vader en hij is ook mijn kleinzoon, want hij is de zoon van de dochter van mijn vrouw.
Mijn dochter is mijn moeder geworden, want zij is de vrouw van vader.
Afgezien van het feit dat ik de echtgenote ben van de moeder van deze vrouw, dus haar vader, ben ik tevens de broer van mijn kleinzoon.
Omdat de echtgenoot van de moeder van een persoon van de vader van die persoon is, kan het gebeuren dat ik nu de vader en de broer van mijn zoon ben.
Ik ben dus mijn eigen grootvader.
Omdat het niet mogelijk is tegelijkertijd drie personen te zijn: de vader, de zoon en de kleinzoon, verzoek ik u mij slechts een derde deel in rekening te brengen van het lidmaatschap van uw vereniging.
Ik dacht, ik stuur deze brief naar u, want u heeft wellicht invloed op de penningmeester.
Inmiddels verblijf ik, met gevoelens van de meeste hoogachting,
P. de Smet
De groeten van jullie KUCHIE en tot een volgend (jaar) probleem.
Martijn 5 juni 2009, 10:28
replyManon 6 juni 2009, 16:44
replyE-J 6 juni 2009, 19:43
replynick 16 juni 2009, 23:46
reply